Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die het gezag over vijf van zijn kinderen beëindigde en de GI tot voogd benoemde. De kinderen zijn sinds 2014 uit huis geplaatst, deels in pleeggezinnen en deels in behandelgroepen, vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling. De vader is niet de biologische ouder van drie van de kinderen.
Het hof heeft de belangen van de kinderen vooropgesteld, waarbij continuïteit, stabiliteit en duidelijkheid in de opvoedingssituatie essentieel zijn. Ondanks de wens van de vader om vrijwillige hulpverlening te verlenen, is geconstateerd dat de samenwerking met hulpverleners en pleegouders moeizaam verloopt. De vader overschrijdt herhaaldelijk grenzen van fatsoen en belemmert het contact met de kinderen.
De kinderen zelf gaven aan graag bij hun pleegouders te willen blijven en hebben uiteenlopende contacten met de vader, waarbij sommigen geen contact wensen. Het hof concludeert dat het gezag van de vader beëindigd moet blijven om het welzijn van de kinderen te beschermen en hun opvoedingsperspectief te waarborgen.
De beschikking van de rechtbank wordt dan ook bekrachtigd, en het beroep van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de vader over zijn kinderen en wijst het hoger beroep af.