Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 15 juni 2017 het hoger beroep van ouders tegen de beëindiging van hun ouderlijk gezag over twee jonge kinderen verworpen. De rechtbank had het gezag reeds op 30 november 2016 beëindigd en de voogdij aan de GI toegewezen.
De kinderen, geboren in 2012 en 2014, zijn sinds 2015 uit huis geplaatst en verblijven bij pleegouders. De raad voor de kinderbescherming had het gezag beëindigd wegens ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en het onvermogen van de ouders om binnen een aanvaardbare termijn de zorg te hervatten.
Het hof overwoog dat ondanks enige schuldenaanpak, de ouders nog steeds geen stabiele woon- en leefsituatie bieden en onvoldoende erkennen wat de kinderen nodig hebben. De aanvaardbare termijn voor terugkeer is verstreken, waardoor het belang van continuïteit en stabiliteit bij de pleegouders voorop staat.
De omgang tussen ouders en kinderen verloopt positief, maar dit weegt niet op tegen de noodzaak van een duidelijke en stabiele opvoedingssituatie. Het hof bekrachtigde daarom de eerdere beschikking en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en benoemt de GI tot voogd.