ECLI:NL:GHARL:2017:5039

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 juni 2017
Publicatiedatum
14 juni 2017
Zaaknummer
WAHV 200.173.544
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 RVV 1990Art. 62 RVV 1990
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging parkeerboete wegens ontbreken onmiddellijk laden en lossen

Betrokkene was in beroep gegaan tegen een administratieve sanctie van €90 wegens parkeren in strijd met een parkeerverbod op 8 november 2013 in Apeldoorn. Betrokkene stelde dat het voertuig niet geparkeerd stond maar werd gebruikt voor laden en lossen, en dat de tijd waarin het voertuig onbeheerd was, werd gebruikt voor het laden en lossen.

Het hof oordeelt dat uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat gedurende zeven minuten geen laad- en losactiviteiten plaatsvonden. Dit overschrijdt de toegestane tijd voor onmiddellijk laden en lossen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het RVV 1990. De omstandigheid dat het voertuig maximaal 15 minuten ter plaatse stond en dat er een periode van inactiviteit was, maakt dat er sprake is van parkeren.

De kantonrechter heeft het beroep van betrokkene terecht ongegrond verklaard. Het hof bevestigt deze beslissing en wijst tevens het verzoek tot vergoeding van kosten af omdat betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de parkeerboete omdat geen sprake was van onmiddellijk laden en lossen.

Uitspraak

WAHV 200.173.544
14 juni 2017
CJIB 177222986
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland
van 16 juni 2015
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren in strijd met een parkeerverbod (bord E1) (al dan niet in een zone)”, welke gedraging zou zijn verricht op 8 november 2013 om 17.01 uur op de Roggestraat te Apeldoorn met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat de kantonrechter voorbij is gegaan aan het feit dat zij niet geparkeerd stond, maar aan het laden en lossen was. De tijd vanaf het vertrekken van en het terugkomen bij het voertuig, gedurende welke niemand bij het voertuig aanwezig was, is uitsluitend gebruikt voor het laden en lossen.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) in samenhang met bord E1 van Bijlage 1 bij dat reglement. Artikel 62 van Pro het RVV 1990 houdt in:
“Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”
Bord E1 van Bijlage 1 van de RVV 1990 houdt een parkeerverbod in.
4. Artikel 1 van Pro het RVV 1990 verstaat onder parkeren:
“Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.”
5. Onder onmiddellijk laden of lossen van goederen dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is (HR 12 mei 1999, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:HR:1999:AA2760). Het dient dan te gaan om goederen die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (HR 10 juni 1975, LJN:AJ4297).
6. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Het voertuig stond niet op een als zodanig aangegeven parkeerplaats cq parkeervak.
Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer . minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats vond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. (…)
7 minuten geen laad- en losactiviteiten waargenomen.”
7. Het hof is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van parkeren. Uit de verklaring van de verbalisant komt naar voren dat er gedurende zeven minuten geen laad- en losactiviteiten hebben plaats gevonden. De betrokkene heeft in dit verband ook in het beroepschrift bij de officier van justitie gesteld dat het voertuig maximaal 15 minuten ter plaatse heeft gestaan. De tijd die aldus verstreken is, is langer dan de tijd die nodig is voor het
onmiddellijkladen en/of lossen van goederen in de zin van artikel 1 RVV Pro 1990. De omstandigheid dat er kennelijk meer dan zeven minuten nodig waren om de goederen daadwerkelijk op de plaats van bestemming af te leveren, brengt reeds mee dat van de vereiste onmiddellijkheid geen sprake is. Gelet op het voorgaande staat naar het oordeel van het hof vast dat de onder 1. vermelde gedraging is verricht.
8. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.