Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant] ,
[appellant]en[appellante],
de Woonstichting,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten huren een woning van de Woonstichting en zijn door de kantonrechter veroordeeld tot ontruiming wegens ontbinding van de huurovereenkomst. Zij vroegen een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet (Fw) om ontruiming te voorkomen tijdens hun schuldsaneringsverzoek.
De rechtbank Noord-Nederland schortte de ontruiming tijdelijk op onder de voorwaarde dat de lopende huur werd voldaan, maar wees later het verzoek tot een moratorium van minstens zes maanden af wegens niet-naleving van deze voorwaarde. Appellanten stelden dat de rechtbank buiten het toepassingsgebied van artikel 287b Fw trad door ook betaling van een deel van de huur over februari 2017 te eisen.
Het hof oordeelt dat het appelverbod van artikel 360 Fw Pro geldt voor klachten over de toepassing van artikel 287b Fw, maar dat hoger beroep wel mogelijk is indien de rechter buiten het toepassingsgebied treedt. Het hof stelt vast dat de rechtbank juist heeft geoordeeld dat de huur vanaf de datum van het moratorium als lopende huur moet worden beschouwd en dat de voorwaarde tot betaling terecht is gesteld. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de voorlopige voorziening tegen ontruiming wordt niet toegekend.