Uitspraak
577b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker is veroordeeld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel van €149.500, waarvan een deel nog openstaat. Na faillissement en homologatie van een dwangakkoord heeft verzoeker verzocht om kwijtschelding of matiging van het resterende bedrag.
Het hof overweegt dat de ontnemingsmaatregel onherroepelijk is geworden na het faillissement en niet in het faillissement valt. Het faillissement is beëindigd met homologatie van het akkoord waarbij een deel is betaald, maar het restant blijft bestaan.
Verzoeker voert financiële onmacht aan, maar het hof acht op basis van het inkomen en de verwachting van stijging daarvan geen reden voor kwijtschelding. Het hof benadrukt dat verzoeker een betalingsregeling kan treffen met het CJIB.
Daarom wijst het hof het verzoek tot kwijtschelding of vermindering af en bevestigt de betalingsverplichting van €137.458,68.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsmaatregel wordt afgewezen en de betalingsverplichting blijft bestaan.