Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, werkzaam als kapitein bij een Nederlandse werkgever, heeft in 2012 en 2013 werkzaamheden verricht in Angola en Congo. Voor het jaar 2012 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij belanghebbende een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting claimde. De rechtbank Noord-Nederland had deze aftrek toegekend op basis van een berekening waarbij verlofdagen werden meegeteld als evenredig aan de gewerkte dagen.
De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat niet voldaan was aan het vereiste van een aaneengesloten arbeidsperiode van drie maanden, mede vanwege een onevenredige verhouding tussen verlof en gewerkte dagen. Het Hof onderzocht de periode van 13 november 2012 tot 12 februari 2013 en stelde vast dat er 34 werkdagen, 2 ziektedagen, 6 cursusdagen en 50 verlofdagen waren. Volgens het Hof moeten verlofdagen slechts worden toegerekend indien deze daadwerkelijk zijn opgebouwd tijdens de gewerkte periode, wat belanghebbende niet aannemelijk kon maken.
Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Er was onvoldoende bewijs dat de verlofperiode naar evenredigheid kon worden toegerekend aan de arbeid in Angola, waardoor niet voldaan werd aan het driemaandenvereiste voor de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Het beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de Inspecteur ongegrond; belanghebbende heeft geen recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.