Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep zijn de beschikkingen van de kinderrechter betreffende de uithuisplaatsing van het kind en de gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling aan de orde. De vader betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en de gezagsbelasting, maar het hof oordeelt dat gezien de ernstige zorgen over het welzijn en de veiligheid van het kind, deze maatregelen noodzakelijk zijn.
Het kind heeft een geschiedenis van wisselende verblijfplaatsen, getuige zijn van huiselijk geweld en zorgelijk gedrag. Beide ouders kampen met problematiek; de vader heeft een justitieel verleden en geen stabiele woonplaats, terwijl de moeder kampt met gezondheidsproblemen en onbereikbaarheid. Het kind verblijft sinds februari 2017 in een gezinshuis waar rust en veiligheid geboden worden.
De gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling is noodzakelijk voor de aanmelding van het kind bij een onderwijsinstelling, omdat toestemming van beide ouders vereist is en de moeder niet bereikbaar is. Het hof acht de maatregelen passend en wijst de grieven van de vader af, waarbij het belang en de veiligheid van het kind voorop staan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en de gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling en wijst de grieven van de vader af.