In deze civiele procedure stond de aansprakelijkheid van een voormalige bewindvoerder centraal. De kantonrechter had het verzoek van de rechthebbende tot schadevergoeding afgewezen, waarna hoger beroep werd ingesteld. De eiseres vorderde vergoeding van schadeposten waaronder gemeentelijke belastingen, bewindvoeringskosten, incassokosten en kosten rechtsbijstand.
Het hof stelde vast dat de bewindvoerder naliet om tijdig kwijtschelding van gemeentelijke belastingen aan te vragen, geen aanvraag bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten indiende, en onrechtmatig een groot bedrag van de bankrekening afschreef na haar ontslag. Dit leidde tot betalingsproblemen en incassokosten. De bewindvoerder had niet de vereiste actieve houding aangenomen die van een goed bewindvoerder verwacht mag worden.
Het hof concludeerde dat de bewindvoerder toerekenbaar tekortgeschoten is in haar zorgplicht en aansprakelijk is voor de schade. De schade werd vastgesteld op €1.189,72. Tevens werd de bewindvoerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.395,-. De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en het verzoek van de eiseres in hoger beroep toegewezen.