ECLI:NL:GHARL:2017:3460
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- L.G. Wijma
- M.C. Fuhler
- G.A. Versteeg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs herkenning verdachte bij bezit heroïne en cocaïne
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bezit van heroïne en cocaïne op of omstreeks 12 juni 2015. In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege onvoldoende bewijs voor de herkenning van de verdachte door twee verbalisanten.
De verbalisanten herkenden de verdachte op een scooter die was gekoppeld aan zijn naam, maar deze herkenning vond plaats na het bekijken van een foto op het politiebureau en nadat zij wisten dat de verdachte in harddrugs handelde. Het tijdsverloop tussen de waarneming en de herkenning, alsmede de aard van de foto, zijn onbekend, waardoor de betrouwbaarheid van de herkenning twijfelachtig is.
Het signalement van de bestuurder was te algemeen en het is onduidelijk op basis van welke specifieke kenmerken de herkenning plaatsvond. Hierdoor acht het hof de herkenning onvoldoende betrouwbaar als bewijs. Het gerechtshof verklaart daarom dat het niet bewezen is dat de verdachte het ten laste gelegde bezit heeft gepleegd en spreekt hem vrij.
Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen neemt het hof geen beslissing vanwege het ontbreken van een beslaglijst in het dossier.
Deze uitspraak is gedaan door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 20 april 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor bezit van heroïne en cocaïne.