Betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift. De opgelegde administratieve sanctie bedroeg € 23,-, terwijl de wet een drempel van € 70,- hanteert voor ontvankelijkheid in hoger beroep.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de kantonrechter het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door na aanhouding van de zitting geen vervolgzitting te houden en partijen niet te horen. Het hof oordeelde echter dat geen sprake was van een eerlijke en onpartijdige behandeling die het appelverbod zou doorbreken, mede omdat betrokkene en zijn gemachtigde voldoende gelegenheid hadden gekregen om gronden in te dienen en het verzoek om zitting later werd ingetrokken.
Het hof concludeerde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en wees het verzoek tot vergoeding van kosten af. Daarmee blijft de beslissing van de kantonrechter in stand.