Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
NUMA,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 januari 2017 uitspraak gedaan over een hoger beroep waarin het griffierecht niet tijdig was betaald door de eiseres, Nederlandse Uitvaartmaatschappij B.V. (NUMA). De appellant had het griffierecht van €314,- pas op 24 oktober 2016 voldaan, terwijl de uiterste betaaldatum 27 september 2016 was.
Het hof heeft aan de appellant conform het Landelijk procesreglement gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de toepassing van de hardheidsclausule zoals neergelegd in art. 127a lid 3 Rv. De appellant heeft hiervan geen gebruik gemaakt en heeft geen redenen aangevoerd voor het late betalen van het griffierecht.
Op grond van art. 127a lid 2 Rv, in samenhang met art. 353 Rv Pro, ontslaat de rechter de eisende partij van de instantie indien het griffierecht niet tijdig is betaald, tenzij toepassing van de hardheidsclausule een onbillijkheid van overwegende aard oplevert. Het hof oordeelt dat geen omstandigheden zijn aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen en ontslaat NUMA van de instantie. De appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, welke nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: Eiseres wordt van de instantie ontslagen wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder gemotiveerd beroep op de hardheidsclausule.