Deze zaak betreft een huurgeschil tussen huurder en verhuurder Lefier over ernstige en langdurige overlast veroorzaakt door meerdere omwonenden, die ook huurders van Lefier zijn. De overlast bestond uit schelden, pesten, discriminerende opmerkingen, vernielingen en bedreigingen en duurde ongeveer tien jaar. De kantonrechter had Lefier veroordeeld om een andere huurwoning aan de huurder beschikbaar te stellen.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de rechten en verplichtingen van partijen niet uitsluitend uit het huurcontract voortvloeien, maar ook uit de eisen van redelijkheid en billijkheid. Omdat de overlast niet effectief kan worden beëindigd zonder ontruiming van alle veroorzakers, wat Lefier niet wil en wat jaren kan duren, is de enige reële oplossing dat huurder naar elders verhuist. Lefier beschikt over vergelijkbare woningen en moet daarom een passende vervangende woning aanbieden.
Hoewel de overlast inmiddels is gestopt en huurder niet meer wil verhuizen, blijft hij belang houden bij de beoordeling van het hoger beroep vanwege de proceskosten. Het hof past daarom de modaliteiten van het vonnis aan: de termijn en dwangsom vervallen, maar de verplichting tot het aanbieden van een andere woning blijft bestaan. Lefier wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.