ECLI:NL:GHARL:2017:3007
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- H.L. Stuiver
- M. van Seventer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens te late indiening appelschriftuur
In deze strafzaak heeft de politierechter verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in. Volgens artikel 410, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de officier van justitie binnen 14 dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven indienen. De officier diende deze schriftuur echter pas na deze termijn in, waardoor deze te laat was.
Tijdens de terechtzitting gaf de advocaat-generaal aan niet te weten waarom de schriftuur niet tijdig was ingediend. De raadsman van verdachte bepleitte de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Het hof moest afwegen of het belang van een goede rechtspleging zwaarder woog dan het belang van de naleving van de termijn voor het indienen van de schriftuur.
Het hof oordeelde dat het belang van tijdige indiening van de appelschriftuur zwaarder weegt dan het belang bij behandeling van het hoger beroep. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De voorwaardelijke gevangenisstraf uit een eerdere zaak en de vordering van de benadeelde partij werden eveneens behandeld, waarbij de vordering van de benadeelde niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening van de appelschriftuur.