ECLI:NL:GHARL:2017:2903
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet doorbreken appelverbod ondanks EVRM-verwijten
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter in een bestuursstrafrechtelijke zaak waarbij de betrokkene een sanctie van €38,- opgelegd kreeg. Volgens artikel 14 van Pro de WAHV is hoger beroep alleen ontvankelijk als de sanctie meer dan €70 bedraagt, waardoor het beroep in beginsel niet-ontvankelijk is.
De betrokkene voerde aan dat het appelverbod doorbroken moest worden vanwege schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging, waaronder het recht op hoor en wederhoor, en schending van artikelen uit het EVRM. Hij stelde dat hij ter zitting geconfronteerd werd met een gewijzigde feitcode en nieuwe bewijsmiddelen, waaronder Google Maps-gegevens, waarop hij niet adequaat kon reageren.
Het hof oordeelde dat de betrokkene voorafgaand aan de zitting kennis kon nemen van het dossier en dat hij tijdens de zitting de gelegenheid had zijn zienswijze toe te lichten. Indien hij zich overvallen voelde, had hij om aanhouding kunnen verzoeken, wat hij niet deed. De vermeende schendingen van hoor en wederhoor waren onvoldoende om het appelverbod te doorbreken.
Verder stelde de betrokkene dat de kantonrechter tot een inhoudelijk onjuiste beslissing was gekomen, maar dit is geen grond om het appelverbod terzijde te stellen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet doorbreken van het appelverbod.