ECLI:NL:GHARL:2017:2162
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen boete wegens ontbreken gronden
De betrokkene had tegen een opgelegde sanctie beroep ingesteld, maar het beroepschrift bevatte geen inhoudelijke gronden, met de mededeling dat deze later zouden volgen na ontvangst van informatie via de WOB.
De officier van justitie stelde vast dat de gronden ontbraken en gaf de betrokkene de gelegenheid dit verzuim binnen vier weken te herstellen. De gemachtigde stelde dat het openbaar ministerie niet bevoegd was om bezwaren tegen boetes te behandelen, maar dit werd niet als grond voor het beroep erkend.
Omdat het verzuim niet tijdig werd hersteld, verklaarde de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk. De kantonrechter bevestigde dit oordeel en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze beslissing bij arrest bevestigd.
Het hof benadrukte dat de stelling over de bevoegdheid van het openbaar ministerie geen geldige grond voor het beroep vormt en dat het ontbreken van gronden in het beroepschrift een geldige reden is voor niet-ontvankelijkheid, mits de mogelijkheid tot herstel is geboden.
De uitspraak bevestigt daarmee het belang van het indienen van een volledig en onderbouwd beroepschrift binnen de gestelde termijnen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen van het verzuim.