Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 16 februari 2017 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2012. De moeder was het niet eens met de verlenging van de uithuisplaatsing die door de kinderrechter was bevolen tot uiterlijk 11 augustus 2017.
De moeder stelde dat haar opvoedcapaciteiten voldoende waren en dat haar situatie genormaliseerd was, waardoor de minderjarige weer bij haar kon wonen. De gecertificeerde instelling (GI) stelde echter dat de moeder ondanks meerdere kansen en hulpverlening niet in staat was gebleken een veilige en stabiele thuissituatie te bieden. De moeder kampt met borderline en PTSS-klachten en vertoonde een patroon van wisselvalligheid en onvoorspelbaarheid.
Het hof oordeelde dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. De moeder was na de uithuisplaatsing vervallen in verwaarlozing, huiselijk geweld en middelengebruik, met suïcidepogingen. Hoewel de moeder momenteel een positieve periode doormaakt, is zij nog niet toegekomen aan het structureel aanpakken van haar problematiek. De zwangerschap en uitstel van therapie bemoeilijken dit.
Het belang van de continuïteit en veiligheid van de minderjarige weegt zwaar. De minderjarige ontwikkelt zich goed bij de pleegouders en mag niet opnieuw worden blootgesteld aan onveilige omstandigheden. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot uiterlijk 11 augustus 2017.