Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden per 24 augustus 2016. De vrouw vordert partneralimentatie van €4.000,- per maand en een herverdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank wees de alimentatie af en bepaalde de verdeling van de gemeenschappelijke goederen, waaronder een Volvo 240 GLE.
In hoger beroep betwist de vrouw de draagkrachtberekening en stelt zij dat haar behoefte hoger is dan vastgesteld, mede vanwege haar arbeidsongeschiktheid door gezondheidsklachten. De man stelt dat zijn inkomensverlies niet verwijtbaar is en dat zijn draagkracht gebaseerd moet worden op zijn WW-uitkering en transitievergoeding, die hij deels heeft ingezet voor bedrijfsoprichting.
Het hof oordeelt dat de vrouw arbeidsongeschikt is en geen verdiencapaciteit heeft, en dat de man niet verwijtbaar werkloos is. De transitievergoeding wordt deels meegeteld bij de draagkracht. De behoefte van de vrouw wordt vastgesteld op €2.000,- netto per maand, verminderd met haar eigen inkomen. De partneralimentatie wordt afgewezen omdat de man geen draagkracht heeft. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt bekrachtigd zoals door de rechtbank bepaald, inclusief de toedeling van de Volvo en de afwijzing van de vordering wegens wanbeheer van de moeder van de vrouw.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt bekrachtigd.