Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
28 februari 2017
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Zwolle(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
- In aanvulling op artikel 8 van Pro de Algemene Bepalingen Derivatentransacties mei 2001 zal gelden dat ABN AMRO, zonder dat enige sommatie of ingebrekestelling vereist zal zijn, eveneens één of meerdere lopende transacties onmiddellijk en in zijn geheel kan beëindigen en alles wat door de Cliënt uit hoofde daarvan, al dan niet opeisbaar of onder voorwaarde, is verschuldigd, onmiddellijk in zijn geheel tussentijds kan opeisen, indien en zodra de kredietfaciliteit bij ABN AMRO wordt beëindigd.”
3.Het geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
28 februari 2017in het openbaar uitgesproken.