Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind en het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen om met het kind naar een andere woonplaats te verhuizen. De vader kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank die de moeder deze toestemming verleende en een zorgregeling vaststelde.
Het hof oordeelde dat de vader ontvankelijk was in zijn hoger beroep, ondanks dat hij het beroepschrift aanvankelijk zonder advocaat had ingediend, omdat het verzuim tijdig was hersteld. De stelling van de moeder dat de vader misbruik van recht maakte, werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
In de belangenafweging over de verhuizing concludeerde het hof dat de moeder onvoldoende had aangetoond dat de verhuizing noodzakelijk was en dat zij onvoldoende rekening had gehouden met het belang van het kind en de vader. De verhuizing beperkte de contactmogelijkheden tussen vader en kind ernstig. De moeder werd daarom bevolen om uiterlijk 1 augustus 2017 terug te verhuizen naar de oorspronkelijke woonplaats.
Daarnaast stelde het hof een uitgebreide zorgregeling vast die ingaat zodra de moeder en het kind weer in de oorspronkelijke woonplaats wonen. Deze regeling voorziet in verblijf van het kind bij de vader eens per twee weken in het weekend, twee doordeweekse nachten per week en de helft van vakanties en feestdagen, met gedeelde verantwoordelijkheid voor het halen en brengen.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze betrekking had op de vervangende toestemming voor verhuizing en de zorgregeling vanaf terugkeer. Het verzoek van de moeder werd afgewezen en het beroep van de vader toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor verhuizing met de minderjarige is afgewezen en een uitgebreide zorgregeling is vastgesteld waarbij de moeder terug moet verhuizen naar de oorspronkelijke woonplaats.