Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond een geschil tussen ouders met gezamenlijk gezag centraal over de woonplaats van hun kinderen na verhuizing van de verzorgende ouder, de moeder, naar een andere plaats. De vader verzocht om terugverhuizing van de kinderen, maar het hof toetste dit aan het belang van de kinderen zoals voorgeschreven in artikel 1:253a BW.
Het hof baseerde zich op een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waarin werd vastgesteld dat de kinderen loyaal zijn aan beide ouders en dat de moeder een stabiele opvoedingssituatie biedt ondanks de gevoelens van verlies bij de kinderen door de verhuizing. Een terugverhuizing zou leiden tot instabiliteit en verlies van het huidige sociale netwerk en schoolomgeving.
De financiële en werkgerelateerde omstandigheden van de moeder en haar partner werden meegenomen, evenals de mogelijkheid tot omgang met de vader. De vader had geen verzoek ingediend om de kinderen bij hem te laten wonen, maar het hof overwoog dat dit ook niet wenselijk was vanwege zijn nachtwerk, beperkte financiële draagkracht en spanningen tussen grootouders en moeder.
Uiteindelijk concludeerde het hof dat het belang van de kinderen het beste gediend is met het handhaven van de huidige situatie en bekrachtigde het de beschikking van de rechtbank die toestemming gaf voor de verhuizing van de moeder met de kinderen.
Uitkomst: Het verzoek tot terugverhuizing van de kinderen is afgewezen en de beschikking die toestemming gaf voor de verhuizing is bekrachtigd.