ECLI:NL:GHARL:2017:1269
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding.
Betrokkene voerde aan dat hij pas later telefonisch en per brief geïnformeerd werd over de beslissing, waardoor hij meende tijdig beroep te hebben ingesteld. Het hof oordeelde echter dat het CJIB aannemelijk had gemaakt dat de beslissing op 5 maart 2013 was verzonden en dat de beroepstermijn daarom op 16 april 2013 was geëindigd.
De stelling van betrokkene dat hij de beslissing niet had ontvangen, werd onvoldoende onderbouwd. De brief van het CJIB van 22 juli 2013 kon geen nieuwe beroepstermijn doen ontstaan. Vertrouwen op informatie na het verstrijken van de termijn leidt niet tot verschoonbaarheid.
Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de kantonrechter, waarmee het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk bleef.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening binnen de beroepstermijn.