Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
13 april 2018te rapporteren;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd in Syrië en hebben twee minderjarige kinderen. De rechtbank heeft het verzoek van de vader tot gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag en een zorgregeling afgewezen en het gezag aan de moeder toegekend. De vader is tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan en verzoekt om gezamenlijk gezag en begeleide omgang.
De moeder stelt dat zij en de kinderen onveilig zijn door bedreigingen van de vader, hetgeen de vader betwist. Het hof constateert dat het rapport van de raad voor de kinderbescherming vooral gebaseerd is op de visie van de moeder en dat andere bronnen niet zijn geraadpleegd. De kinderen hebben wisselende uitspraken gedaan over contact met de vader, maar hebben uiteindelijk geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun mening aan het hof kenbaar te maken.
Het hof acht zich onvoldoende geïnformeerd om een verantwoorde beslissing te nemen en besluit de zaak aan te houden. De raad wordt verzocht een aanvullend onderzoek te doen naar de veiligheidssituatie en de mogelijkheden voor omgang en gezag, inclusief gesprekken met de kinderen zonder aanwezigheid van volwassenen en informatie van andere betrokkenen zoals de grootmoeder. De behandeling wordt voortgezet na ontvangst van het rapport.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en verzoekt de raad voor de kinderbescherming om nader onderzoek en advies.