In hoger beroep is de verdachte, een minderjarige, veroordeeld voor mishandeling van een medeleerling door een klap tegen het gezicht te geven. Het hof acht het bewezen dat de mishandeling op of omstreeks 9 december 2016 heeft plaatsgevonden. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een werkstraf van 30 uur, maar het hof vernietigt dit vonnis en doet opnieuw recht.
Het hof houdt rekening met de context van het incident, waarbij de verdachte wekenlang werd getreiterd door de aangeefster en haar vriendinnen. Hoewel het geweld niet wordt goedgekeurd, acht het hof de omstandigheden en de gevolgen voor de verdachte zwaarwegend. De verdachte is na het incident niet meer met justitie in aanraking gekomen, volgt een mbo-opleiding en heeft een bijbaan.
Gezien de jonge leeftijd van de verdachte, de bijzondere omstandigheden rondom het incident en het feit dat hij reeds met de gevolgen is geconfronteerd, besluit het hof toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Dit betekent dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder dat er een straf wordt opgelegd.