Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep na verwijzing
2.Vaststaande feiten
Partijen zijn de ouders van [kind 2] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [kind 2] ). Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [kind 2] .
3.De omvang van het geschil na verwijzing
De rechtbank heeft voorts bepaald dat de vrouw en [kind 2] gerechtigd zijn tot begeleide omgang met elkaar in het kader van Intensieve Omgangsbegeleiding, met Stichting Kompaan en De Bocht als uitvoerder (bij beschikking van 23 april 2015 verbeterd in SCJ). De rechtbank heeft partijen bevolen gevolg te geven aan de oproep van SCJ en mee te werken aan de uitvoering van de regeling, SCJ verzocht te rapporteren over het verloop van de begeleide omgang, de man een dwangsom opgelegd in het kader van de omgangsbegeleiding, bepaald dat de vrouw voorafgaand aan ieder contactmoment met [kind 2] het geldige [naam land] paspoort van [kind 2] in bewaring zal geven bij de gezinsvoogd en de zaak verder verwezen naar de rechtbank Oost-Brabant.
De procedure bij dit hof met nummer 200.207.736 heeft betrekking op het verdere verloop ten aanzien van dit deel van de beschikking; in die zaak zal gelijktijdig met deze beschikking een beschikking worden gegeven. Voor het verdere verloop hiervan verwijst het hof dan ook naar die beschikking.
- de verwijzing van [kind 1] en de man naar SCJ, alsmede - bij gebrek aan belang, de verwijzing van [kind 2] en de vrouw – ingetrokken;
- verstaan dat de verwijzing van [kind 2] en de vrouw naar SCJ door de rechtbank in stand blijft;
- verstaan dat de bijzondere curator aan de haar verstrekte opdracht naar vermogen heeft voldaan en de aan haar gegeven opdracht als beëindigd wordt beschouwd;
- onmiddellijk uitvoerbaar bij voorraad, de tijdelijke schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de ontzegging van de omgang tussen [kind 1] en de man, voorzien voor de duur van de begeleide omgang, beëindigd;
- onmiddellijk uitvoerbaar bij voorraad, de tijdelijke schorsing van de werking van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de dwangsombepaling ten laste van de man ten aanzien van de begeleide omgang tussen de vrouw en [kind 2] beëindigd;
- bepaald dat het paspoort van [kind 2] door de niet dagelijks verzorgende ouder zal worden afgegeven aan de ouder waar [kind 2] haar hoofdverblijf heeft;
- het meer of anders verzochte afgewezen.
beidekinderen en heeft zij daarbij niet aan de raad toegelicht hoe de stukken en feiten uit het verleden moeten worden geduid;
4.De motivering van de beslissing
Met de heer [verzoeker] (...) heeft de bijzondere curator geen gesprek kunnen voeren. Ook heeft zij [kind 2] niet kunnen observeren en met haar een gesprekje kunnen voeren.
Uit haar gesprek met de bijzondere curator blijkt dat [kind 1] zowel positieve als negatieve ervaringen over de heer [verzoeker] ( [verzoeker] ) vertelt/kan vertellen. Zij vindt het vooral moeilijk dat hij onberekenbaar is: (...) Dit boezemt haar angst in. Ze weet echter ook zaken te noemen die ze leuk vindt aan [verzoeker] (...) Ze heeft er geen bezwaar tegen om naar [verzoeker] toe te gaan, maar voegt daar wel de voorwaarde aan toe dat ze begeleid wordt door haar moeder. Ze geeft aan dat ze dit wil om met haar zusje [kind 2] om te kunnen gaan.