ECLI:NL:GHARL:2017:11101
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen wrakingsbeslissing rechtbank
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. T.M.L. Veen, rechter bij de rechtbank Noord-Nederland locatie Assen, omdat zij meende dat deze geweigerd had inzage te verlenen in het procesdossier. De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek zonder zitting niet-ontvankelijk, omdat het verzoek geen betrekking had op de met de zaak belaste rechter maar op een griffiemedewerker.
Verzoekster ging in hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat de rechtbank in strijd met haar wrakingsprotocol had gehandeld door geen zitting te houden en haar niet te horen. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 39, vijfde lid Rv tegen een wrakingsbeslissing geen rechtsmiddel openstaat, tenzij de wrakingsregeling niet correct is toegepast.
Het hof stelde vast dat mr. Veen geen enkele bemoeienis had met de weigering inzage te verlenen en dat het wrakingsverzoek feitelijk gericht was tegen een griffiemedewerker. De rechtbank had het wrakingsprotocol correct toegepast door het verzoek zonder zitting af te wijzen. Er waren geen omstandigheden die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigden.
Daarom verklaarde het hof verzoekster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing van de rechtbank. De beslissing werd in aanwezigheid van de griffier openbaar uitgesproken en ondertekend door de leden van de wrakingskamer.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing van de rechtbank.