Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van 8 maart 2017, waarin de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) tot een omgangsregeling met haar minderjarige kind werd bekrachtigd. De minderjarige is sinds november 2016 uit huis geplaatst en verblijft bij pleegouders. De moeder wenst een uitgebreidere omgangsregeling, terwijl de GI een beperkte omgang van eens per 4 à 5 weken heeft vastgesteld.
Het hof heeft vastgesteld dat de communicatie tussen moeder en GI moeizaam verliep, waarbij de moeder meerdere malen voortijdig gesprekken verliet. Gezien deze omstandigheden en het feit dat de vader de omgangsregeling steunt, was het niet noodzakelijk dat de GI formeel nogmaals de zienswijze van de moeder vroeg voordat de schriftelijke aanwijzing werd gegeven.
De pedagogische onmacht van de moeder is vastgesteld in eerdere procedures en onderstreept door een Ouder & Kind-traject, waaruit blijkt dat zij onvoldoende opvoedingsvaardigheden bezit en onvoldoende in staat is om in het belang van het kind te handelen. Het hof acht het belang van het kind het best gediend met een beperkte omgangsregeling, zodat het kind zich kan hechten aan de pleegouders en niet wordt belast met te frequente omgangsmomenten die stress veroorzaken.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter en wijst het verzoek van de moeder tot uitbreiding van de omgangsregeling af. Wel is voorzien in een evaluatie van de omgangsregeling in december 2017, waarbij mogelijke uitbreiding afhankelijk zal zijn van het welzijn van het kind en de uitkomsten van lopende onderzoeken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het verzoek van de moeder tot uitbreiding van de omgangsregeling af.