ECLI:NL:GHARL:2017:10905
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-opportuniteit vervolging schending ambtsgeheim door verstrekking AVR-verhoren aan media
In deze zaak klaagt klager over het verstrekken van audiovisuele verhoren (AVR-verhoren) aan de media door zaaksofficieren, wat volgens hem een schending van het ambtsgeheim oplevert. De zaak betreft een strafzaak waarin klager is veroordeeld voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag. De AVR-verhoren werden gebruikt in een SBS-documentaire over het politieonderzoek, waarbij klager onherkenbaar werd gemaakt en zijn stem vervormd.
Na een strafrechtelijk onderzoek door de Rijksrecherche besloot het openbaar ministerie geen vervolging in te stellen. Klager tekende hiertegen beroep aan bij het hof. Het hof oordeelt dat de verstrekking van de AVR-verhoren inderdaad een schending van het ambtsgeheim inhoudt, omdat het gaat om geheime informatie die niet aan onbevoegden mag worden verstrekt. Beklaagden zijn geheimhoudingsplichtigen en hebben opzet gehad op de schending.
Echter, het hof weegt het belang van geheimhouding af tegen het publieke belang van de documentaire en de geringe mate van privacy-inbreuk. Gezien de uitgebreide media-aandacht, de beperkte duur van de getoonde fragmenten en de zorgvuldige maatregelen ter bescherming van klager, is vervolging niet opportuun. Ook een beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen. Het hof verklaart het beklag ongegrond en bevestigt de beslissing van het openbaar ministerie.
Uitkomst: Vervolging wegens schending ambtsgeheim niet opportuun verklaard; beklag afgewezen.