ECLI:NL:GHARL:2017:10676

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
WAHV 200.188.199
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 WAMArt. 9, tweede lid, aanhef en onder b, WAHV
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen vrijstelling verzekeringsplicht oldtimer onder Overgangsregeling motorrijtuigenbelasting

Betrokkene werd een administratieve sanctie van €400,- opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verplichte verzekering voor een oldtimer. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €200,-. Betrokkene voerde aan dat het voertuig onder de Overgangsregeling viel, waardoor hij dacht dat de verzekeringsplicht in bepaalde maanden niet gold omdat het voertuig dan niet gebruikt mocht worden op de openbare weg.

Het hof oordeelde dat de Overgangsregeling uitsluitend betrekking heeft op de motorrijtuigenbelasting en niet op de verzekeringsplicht. Uit het dossier bleek dat op de datum van de overtreding geen verzekering was afgesloten en de tenaamstelling niet geschorst was. De betrokkene heeft deze feiten niet betwist.

Het hof stelde vast dat het informatieblad van het Ministerie van Financiën over de Overgangsregeling geen melding maakt van een vrijstelling van de verzekeringsplicht. De veronderstelling van betrokkene dat de tenaamstelling automatisch geschorst zou zijn, was ongegrond en kwam voor zijn eigen rekening.

Daarom gaf het hof geen aanleiding om de sanctie verder te matigen dan reeds door de kantonrechter was gedaan en bevestigde de beslissing. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: De administratieve sanctie van €200,- wegens het niet afsluiten van een verplichte verzekering wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 200.188.199
5 december 2017
CJIB 189162952
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel
van 28 januari 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 200,-.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 400,- opgelegd ter zake van “voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW zou zijn verricht op 25 februari 2015 met het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] .
2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de door de kantonrechter toegepaste matiging tot de helft niet ver genoeg gaat. De sanctie zou in haar geheel ongedaan moeten worden gemaakt. Er is sprake van een oldtimer die onder de zgn. Overgangsregeling voor oldtimers (hierna: de Overgangsregeling) valt. Nu er gelet op die regeling in januari, februari en december niet met het voertuig gebruik mag worden gemaakt van de openbare weg, ging de betrokkene ervan uit dat de tenaamstelling van het voertuig in die maanden automatisch zou zijn geschorst, zodat geen verzekering nodig zou zijn. Het voertuig heeft gedurende de wintermaanden op de oprit van de betrokkene geparkeerd gestaan. Wat de betrokkene betreft, moet bij een registercontrole worden gecontroleerd of het voertuig om andere redenen, zoals de Overgangsregeling, niet van de openbare weg gebruik mag maken. De betrokkene vindt verder de informatievoorziening hierover onduidelijk en onvolledig. Ter onderbouwing heeft hij een informatieblad van het Ministerie van Financiën bijgevoegd dat ziet op de Overgangsregeling. Daarin wordt in het geheel niet over de verzekeringsplicht gesproken.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (Wam). Deze bepaling houdt, voor zover hier van belang, in dat de kentekenhouder van een motorrijtuig verplicht is er voor zorg te dragen dat voor een motorrijtuig dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld, een verzekering overeenkomstig de Wam is afgesloten en in stand gehouden.
4. Uit de stukken van het dossier, waaronder het zaakoverzicht van het CJIB, blijkt dat op 25 februari 2015 geen verzekering stond geregistreerd voor het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] en dat de tenaamstelling van het voertuig ook niet was geschorst. De juistheid van deze gegevens is door de betrokkene niet betwist, net zo min als door hem is weersproken dat hij de kentekenhouder van voormeld voertuig was. Derhalve is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
5. Het hof dient vervolgens te beoordelen of de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging is verricht of waarin hij verkeert, van dien aard zijn dat deze het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken, dan wel aanleiding geven de sanctie te matigen (vgl. artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersdelicten (Wahv)).
6. Het hof stelt vast dat het voertuig van de betrokkene in 1980 voor het eerst in gebruik is genomen. Dat brengt mee dat het voertuig valt onder de Overgangsregeling.
Deze regeling biedt eigenaren van benzinevoertuigen die tussen de 26 en de 40 jaar oud zijn de mogelijkheid om van een lager tarief voor de motorrijtuigenbelasting te profiteren. Voorwaarde is dat met het voertuig in de maanden januari, februari en december geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg. De Overgangsregeling heeft geen betrekking op de verzekeringsplicht, maar slechts op de motorrijtuigenbelasting. Het betreft een fiscale regeling.
7. De inhoud van voormelde regeling wordt uitgelegd in het door de betrokkene overgelegde informatieblad. De -geen fiscaal aspect betreffende- verzekeringsplicht wordt daarin niet genoemd. Op basis van dit informatieblad kan dan ook niet worden geconcludeerd dat gedurende de maanden januari, februari en december geen verzekeringsplicht zou gelden of dat de tenaamstelling van het voertuig in het kentekenregister automatisch zou worden geschorst. Van een gerechtvaardigd opgewekt vertrouwen daaromtrent is dus geen sprake. Dat de betrokkene ten onrechte toch van die veronderstelling is uitgegaan, komt voor zijn eigen rekening.
8. Het hof concludeert dat hetgeen de betrokkene aanvoert geen aanleiding geeft om de oplegging van een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie verdergaand te matigen dan de kantonrechter reeds heeft gedaan.
9. De beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.