ECLI:NL:GHARL:2017:10483

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 november 2017
Publicatiedatum
30 november 2017
Zaaknummer
21-002646-17
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep omkoping opperwachtmeester Koninklijke Marechaussee

Verdachte heeft zich gedurende ongeveer anderhalf jaar schuldig gemaakt aan omkoping van een opperwachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee, een oud-collega, door contant geld, etentjes en drankjes aan te bieden met het oogmerk vertrouwelijke informatie te verkrijgen.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte het bewezen dat verdachte de ambtenaar heeft omgekocht om geheime informatie te verkrijgen, maar sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.

Vanwege de ernst van de feiten en de ondermijning van het vertrouwen in overheidsorganisaties achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Echter, gezien de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder ernstige psychische problematiek en detentieongeschiktheid, legde het hof een taakstraf van maximale duur en een voorwaardelijke gevangenisstraf op.

Verdachte erkende het strafbare feit en toonde berouw. Het hof hield rekening met zijn geringe strafblad en de aanbevelingen van een psycholoog die celstraf afraadde vanwege PTSD-klachten. De opgelegde straf is daarmee passend en geboden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden wegens omkoping.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002646-17
Uitspraak d.d.: 10 november 2017
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 10 mei 2017 met parketnummer 05-720347-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1968] ,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. W.J. Ausma, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 4 december 2013 tot en met 29 juni 2015, (telkens) in de gemeente Ermelo en/of de gemeente Haarlemmermeer en/of de gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland,
een ambtenaar, te weten [naam] , zijnde opperwachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee (werkzaam als medewerker antecedenten op de luchthaven Schiphol), (telkens) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten heeft hij, verdachte, (telkens) een of meer contant(e) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 3000 euro) gegeven aan die [naam] en/of heeft hij een of meer etentje(s) en/of een of meer drankje(s) aangeboden aan die [naam] , althans enige gift en/of belofte heeft gedaan en/of enige dienst heeft verleend,
(telkens) met het oogmerk om die [naam] te bewegen in zijn bediening als opperwachtmeester van de Koninklijke Marechaussee in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten, bestaande uit het (telkens) opvragen/verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke informatie afkomstig uit een of meer politie- en/of justitie syste(e)m(en) (te weten het bevragen van een of meer kenteken(s) en/of een of meer perso(o)n(en)) aan/met verdachte.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
een of meertijdstip
(pen
)gelegen in
of omstreeksde periode van 4 december 2013 tot en met 29 juni 2015, (telkens) in de gemeente Ermelo en/of de gemeente Haarlemmermeer
en/of de gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland,
een ambtenaar, te weten [naam] , zijnde opperwachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee (werkzaam als medewerker antecedenten op de luchthaven Schiphol),
(telkens
) (een)gift
(en
) en/of (een) belofte(n)heeft gedaan
en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden,te weten heeft hij, verdachte,
(telkens
) een of meercontant
(e
)geldbedrag
(en
)(in totaal ongeveer 3000 euro) gegeven aan die [naam]
en/of heeft hij een of meer etentje(s) en/of een of meer drankje(s) aangeboden aan die [naam] , althans enige gift en/of belofte heeft gedaan en/of enige dienst heeft verleend,
(telkens
)met het oogmerk om die [naam] te bewegen in zijn bediening als opperwachtmeester van de Koninklijke Marechaussee in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten, bestaande uit het
(telkens
)opvragen/verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke informatie afkomstig uit een of meer politie- en /of justitie syste
(e)m
(en
)(te weten het bevragen van
een of meerkenteken
(s
)en
/of een of meerperso
(o)n
(en
)) aan/met verdachte.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
telkens: een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar meermalen schuldig gemaakt aan omkoping van een opperwachtmeester bij de Koninklijke Mareschaussee, een oud-collega van hem, ten behoeve van zijn eigen bedrijf.
Feiten als onderhavige, waarbij de integriteit van medewerkers van overheidsorganisaties ernstig wordt aangetast, ondermijnen het bevoegd gezag en schenden in ernstige mate het vertrouwen dat in overheidsorganisaties moet kunnen worden gesteld. Zij kunnen bovendien heel wel leiden tot potentieel (zeer) gevaarlijke situaties.
Het gedrag van verdachte getuigt van een grote mate van onverantwoord handelen, brutaliteit en een focus op louter het eigenbelang.
Een en ander geldt temeer gezien de achtergrond van verdachte, die in het verleden zelf in dienst was bij de Koninklijke Marechaussee en daarnaast enige tijd werkzaam was voor de politie. In verband met die specifieke achtergrond - waardoor verdachte uitdrukkelijk en met regelmaat moet zijn gewezen op het grote belang van integriteit van de overheid - rekent het hof verdachte zijn strafbare handelen temeer aan.
De eerste rechter heeft verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.
De advocaat-generaal heeft in hoger beroep een straf gevorderd, overeenkomstig de strafoplegging van de rechtbank.
In het bijzonder gelet op de aard en ernst van de feiten en de langdurige periode waarbinnen het strafbare handelen zich heeft afgespeeld komt naar oordeel van het hof in beginsel geen andere straf in aanmerking dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van substantiële duur.
In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen in dit geval omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof echter van oordeel dat uitsluitend vanwege die uitzonderlijke omstandigheden oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is.
Daartoe overweegt het hof als volgt.
Bij de strafoplegging houdt het hof allereerst rekening met de gewijzigde proceshouding van verdachte in hoger beroep.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte openheid van zaken gegeven en erkend het ten laste gelegde feit te hebben begaan. Verdachte heeft ter zitting er blijk van gegeven het strafwaardige van zijn handelen in te zien, zijn handelen te betreuren en verantwoordelijkheid te willen nemen voor het feit.
Het hof neemt voorts in aanmerking hetgeen - op grond van verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en de inhoud van de door de verdediging overlegde stukken betreffende (ernstige) psychische problematiek van verdachte en zijn detentieongeschiktheid - ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van verdachte is gebleken.
In hoger beroep heeft verdachte verzocht om hem een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daartoe is aangevoerd dat verdachte onder behandeling staat wegens ernstige en chronische psychische klachten.
Uit een door de verdediging overgelegd verslag van een psycho-diagnostisch onderzoek, afgenomen op 18 oktober 2017 door A.M. Hoogeveen, GZ psycholoog, blijkt onder meer als volgt.
Verdachte heeft als onderhandelaar in Joegoslavië veel traumatische gebeurtenissen meegemaakt – waarbij hij onder meer zelf slachtoffer was van gijzeling – als gevolg waarvan thans sprake is van een chronische posttraumatische stress-stoornis. Zijn aanhouding en detentie in een cel bleek een trigger voor het herbeleven van eerdere traumatische ervaringen. Naast een ptss is sprake van een depressieve stoornis.
Verdachte volgt sinds december 2016 een intensieve behandeling bij het Sinaï-centrum, een centrum gespecialiseerd in de behandeling van ernstige oorlogstrauma’s.
Het behandeladvies houdt onder meer voortzetting van de behandeling in de Sinaï-kliniek in. De rapporterend psycholoog acht - vanwege de ptss klachten als gevolg van zijn traumatische ervaringen met ‘het opgesloten zijn’ - een celstraf contra-geïndiceerd. Opsluiting zal leiden tot een versterking van de ptss-problematiek.
Bij de strafoplegging neemt het hof tenslotte in aanmerking het - blijkens een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie gedateerd 26 september 2017 - geringe strafblad van verdachte.
Gelet op het voorgaande komt het hof, uitsluitend vanwege de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte, in plaats van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tot oplegging van een taakstraf van maximale duur in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, eveneens van substantiële duur.
Die straf acht het hof, alles afwegende, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 177 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door
mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. A.J. Smit, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Westerlaak, griffier,
en op 10 november 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 10 november 2017.
Tegenwoordig:
mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,
mr. E.C.A.M. Langenhorst, advocaat-generaal,
mr. J. de Jong, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.