Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
6 december 2016
[Z](hierna: belanghebbende)
gemeente Groningen(hierna: de heffingsambtenaar),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De gemeente stelde de waarde van een winkelpand in Groningen per 1 januari 2012 vast op €4.206.000 met toepassing van de huurwaardekapitalisatiemethode. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €3.354.000 voor. Na een uitspraak van de rechtbank die de waarde bevestigde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting was de belanghebbende niet aanwezig, terwijl de heffingsambtenaar werd vertegenwoordigd door een advocaat en een taxateur. Het hof beoordeelde het door de heffingsambtenaar overgelegde taxatierapport, waarin de waarde was onderbouwd met referentieobjecten en marktgegevens. Het hof oordeelde dat de gehanteerde huurwaarde marktconform was, ondanks dat de belanghebbende een lagere huur aanvoerde die niet marktconform was.
Verder verwierp het hof de stelling van belanghebbende dat geen rekening was gehouden met leegstandsrisico, omdat deze stelling eerder was prijsgegeven. Ook de kritiek op de kapitalisatiefactor werd verworpen. Het hof concludeerde dat de gemeente de waarde niet te hoog had vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de waardering van het winkelpand op €4.206.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.