ECLI:NL:GHARL:2016:9381
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- G. Mintjes
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.E. van Wees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid
Op 2 november 2016 diende een wrakingsverzoek tegen de raadsheren R. de Groot en P.L.M. van Gorkom, wegens vermeende vooringenomenheid en onpartijdigheid tijdens de zitting. De raadsman van de verzoeker stelde dat de wijze van vragen stellen en de bejegening van verdachte en raadsman duidden op een vooraf genomen oordeel door het hof.
De wrakingskamer heeft het verzoek tijdig en ontvankelijk verklaard en het verzoek inhoudelijk beoordeeld. Uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden weerleggen. De kamer constateerde dat de voorzitter en een raadsheer indringende en confronterende vragen stelden, maar dat dit niet leidde tot een overschrijding van de grenzen van onpartijdigheid.
Er was geen geluidsopname van de zitting beschikbaar; de wrakingskamer baseerde zich op het proces-verbaal en de toelichting van de advocaat-generaal. De kamer oordeelde dat de handelwijze van de rechters niet zodanig was dat er geen andere verklaring mogelijk is dan vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de rechters bleven onbevooroordeeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.