Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het verzoek van de vader om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van zijn kind, omdat de moeder haar toestemming onthield. De rechtbank had de vervangende toestemming reeds verleend, maar de moeder ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof heeft het verzoek van de vader getoetst aan artikel 1:204 lid 3 BW Pro, waarbij belangen van het kind, de moeder en de vader tegen elkaar zijn afgewogen. Hoewel de moeder psychische klachten heeft en emotionele bezwaren uitte tegen erkenning, acht het hof deze onvoldoende om de erkenning te weigeren. De negatieve gevolgen voor het kind en de ongestoorde verhouding met de moeder zijn niet aannemelijk gemaakt.
Het hof benadrukt het belang voor het kind om te weten wie zijn vader is en om deze familierechtelijke relatie juridisch te bevestigen. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd en het verzoek van de vader toegewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming tot erkenning van het kind door de vader.