Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, gehuwd in gemeenschap van goederen sinds 1969, zijn in 2016 gescheiden. De vrouw diende in 2014 het verzoek tot echtscheiding in. De rechtbank had de verdeling van de gemeenschap van goederen vastgesteld, maar de man ging in hoger beroep tegen diverse onderdelen van die beschikking.
De geschillen betroffen onder meer de peildatum voor de saldi van de bankrekeningen van de vrouw, de behandeling van een erfenis onder een uitsluitingsclausule, de verdeling van beleggingsrekeningen en de betaling van eigenaarslasten van de voormalige echtelijke woning en bosgrond.
Het hof oordeelde dat de peildatum voor de bankrekeningen van de vrouw gelijk moest zijn aan die van de man, namelijk 27 oktober 2014, en dat de man aan de vrouw een bedrag van €49.109 moest voldoen. De erfenis onder uitsluitingsclausule bleef buiten verdeling, de beleggingsrekeningen werden niet verkocht maar aan de man toegekend, en de verzoeken omtrent eigenaarslasten werden afgewezen. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de beschikking en bepaalt dat de man aan de vrouw €49.109 moet betalen, bekrachtigt verder de beschikking en compenseert de proceskosten.