Uitspraak
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
.Partijen hebben geen minnelijke regeling kunnen treffen. Het hof heeft daarop arrest bepaald.
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling van de grieven en de vordering
Ik heb al bij de verdeling bij de notaris gezegd dat er zwart geld was. Na drie jaar zoeken kwam er een brief van de UBS uit Chur dat er zwart geld was. Ik heb met mevrouw afgesproken dat ik naar Zwitserland zou komen. Ze zei aan de telefoon meteen dat er ook geld in Duitsland was. In totaal zou het om ongeveer € 480.000 gaan. Ik zou de helft krijgen, zei ze. Ze zou een bankrekening voor me openen en daarop zou ik
Ik dreig niet of iets dergelijks, maar het zou zeer wenselijk zijn, vooral voor jou, dat morgen een laatste gesprek tot stand komt (…). Ook de juridische konsequezen etc. hoef ik in jouw geval niet verder uit te leggen.Toen daarop geen reactie meer kwam van [geïntimeerde] heeft [appellant] contact gezocht met de Fiod en de politie, zo verklaarde hij ter zitting van 20 juni 2016.
tussen partijengesloten overeenkomst om die gelden tussen hen te verdelen
naar inhoudin strijd zou komen met de goede zeden of openbare orde. De overeenkomst had immers niet
de strekkingom de fiscus te benadelen (die was namelijk al benadeeld), althans dat is ook niet gesteld of gebleken.