ECLI:NL:GHARL:2016:8088
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 5 februari 2016. De zaak betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim vijf miljoen euro, voortkomend uit bewezenverklaarde oplichting, valsheid in geschrift en witwassen.
Tijdens de terechtzitting op 28 september 2016 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal en de verweren van de raadsman van de veroordeelde behandeld. Het hof heeft vastgesteld dat de veroordeelde financieel voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde handelen jegens zestien benadeelde partijen, zoals eerder vastgesteld in het arrest van 12 oktober 2012.
Desondanks wijst het hof de ontnemingsvordering af op grond van artikel 36e, lid 9, van het Wetboek van Strafrecht, en vernietigt het het vonnis van de rechtbank. Het hof doet opnieuw recht en wijst de vordering tot betaling aan de staat af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 12 oktober 2016.
Uitkomst: De ontnemingsvordering van ruim vijf miljoen euro wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd.