4.2De man is op zijn beurt met tien grieven in incidenteel hoger beroep gekomen. Grief 1 ziet op hoofdverblijfplaats van [kind2] en de omgangsregeling, grief 2 op de kinderalimentatie, grief 3 op de partneralimentatie, grief 4 op (de waarde van) de [auto] , grief 5 op de polissen van [maatschappij] (nummers [polisnummer2] en [polisnummer3] ), grief 6 op de polissen van [maatschappij2] (nummers [polisnummer4] , [polisnummer5] en [polisnummer6] ), grief 7 op (de waardevermeerdering van) de echtelijke woning, grief 8 op de vergoeding op grond van onttrekking aan de kredietrekening van [bank] (nummer [rekeningnummer2] ), grief 9 op de opheffing van het door de vrouw gelegde conservatoir beslag en grief 10 op de proceskosten.
De man verzoekt na vermeerdering van zijn verzoeken (kort weergegeven):
- de hoofdverblijfplaats van [kind2] bij hem te bepalen en geen omgangsregeling vast te stellen tussen de vrouw en [kind2] ,
- de vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind2] van € 446,- per maand op nihil te stellen met ingang van de datum waarop [kind2] bij hem verblijft,
- te bepalen dat de vrouw aan hem een bijdrage ten behoeve van [kind2] dient te betalen met een minimum van € 25,- per maand met ingang van voormelde datum,
- de door hem te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw vast te stellen op nihil (met ingang 13 mei 2015),
- te bepalen dat hij geen bedrag aan de vrouw is verschuldigd met betrekking tot de [auto] (dan wel een nader te bepalen bedrag dat uiterlijk 31 december 2018 dient te zijn voldaan),
- te bepalen dat de waarde van de polissen van [maatschappij] , nummers [polisnummer2] en [polisnummer3] , geheel aan hem toekomen dan wel, subsidiair, te bepalen dat de vrouw 25% van die waarde krijgt toegedeeld,
- de bestreden beschikking te vernietigen wat betreft de waarde van de [maatschappij2] -polis (nummer [polisnummer4] ),
- te bepalen dat de helft van de overwaarde van het woonhuis van de vrouw over de periode van 1997 tot 2013 (€ 200.000,-) aan de man wordt toegedeeld,
- de bestreden beschikking te vernietigen wat betreft de vergoeding op grond van onttrekking aan de kredietrekening van [bank] , nummer [rekeningnummer2] ,
- te bepalen dat het conservatoir beslag op het beleggingspand en de bankrekeningen van [bank2] met nummer [rekeningnummer3] en de overige rekeningen (met uitzondering van rekeningnummer [rekeningnummer4] ), van [bank3] met nummer [rekeningnummer5] en alle overige rekeningen ten name van de man en van [bank] met nummer [rekeningnummer6] en alle overige rekeningen ten name van de man, wordt opgeheven en
- de vrouw te veroordelen in de kosten van (het hof begrijpt:) beide instanties.