Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale administratie(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende werd een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor het tijdvak 15 mei 2014 tot en met 14 augustus 2014, met een verzuimboete van €147 wegens vermeende te late betaling. Belanghebbende betaalde de belasting op 24 juli 2014 en betwistte dat de betaling te laat was en dat de boete terecht was opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat de betaling niet tijdig was, omdat de Wet MRB bepaalt dat de belasting bij aanvang van het tijdvak voldaan moet zijn. De Inspecteur had de boete terecht opgelegd, ook al was de belasting betaald vóór de boetebeschikking en ondanks het ontbreken van bewijs dat een rekening was verstuurd.
Het hof verwierp het beroep op artikel 3:40 Awb Pro dat het besluit pas rechtsgevolgen zou hebben vanaf de bekendmaking. Ook het argument dat de Inspecteur de grondslag van de boete had gewijzigd faalde. De boete werd passend geacht gezien het herhaald verzuim. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verzuimboete van €147 wegens te late betaling van motorrijtuigenbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.