Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zaaknummer 200.189.099/01van
1.[de vader] ,
2. [D] ,
3. [de curator1] en [de curator2] ,
4. [de moeder] ,
zaaknummer 200.189.113/01van
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 25 augustus 2016 uitspraak gedaan in hoger beroep over de ondercuratelestelling van twee meerderjarige broers, [verzoeker] en [D], die beiden een verstandelijke beperking hebben. De kantonrechter had hen onder curatele gesteld wegens hun geestelijke toestand en de onveilige thuissituatie binnen het gezin. Het hof bevestigt deze beschikking en wijst het verzoek af om in plaats daarvan een lichtere maatregel zoals bewindvoering of mentorschap toe te passen.
De feiten tonen aan dat sinds 2009 sprake is van een terugkerend patroon van incidenten binnen het gezin, waaronder agressie en huiselijk geweld, wat leidde tot een huisverbod voor [verzoeker] in 2015. De broers wonen bij hun vader, die zelf ook een verstandelijke beperking heeft en moeite heeft met lezen en schrijven. Stichting [B] is sinds oktober 2015 betrokken bij het gezin vanwege de escalatie van de situatie.
Het hof stelt vast dat zowel [verzoeker] als [D] niet in staat zijn hun belangen behoorlijk waar te nemen en dat zij ondersteuning nodig hebben bij het regelen van financiële zaken en het vinden van passende dagbesteding. De vader is niet in staat goede keuzes te maken voor zijn kinderen, wat de noodzaak van een ondercuratelestelling onderstreept. Gezien de complexiteit van de problematiek en de thuissituatie is een lichtere maatregel onvoldoende. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling en wijst het beroep af wegens de complexe problematiek en onveilige thuissituatie.