ECLI:NL:GHARL:2016:704
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.D.S.L. Bosch
- A.R. van der Winkel
- M.P. den Hollander
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onderbewindstelling ondanks intrekking verzoek door rechthebbende
De rechthebbende heeft in eerste aanleg verzocht om onderbewindstelling over zijn goederen. De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen en een bewindvoerder benoemd. In hoger beroep heeft de rechthebbende zijn verzoek tot onderbewindstelling ingetrokken, maar het hof oordeelt dat intrekking van een reeds toegewezen verzoek in deze fase niet meer mogelijk is, waardoor de rechthebbende niet-ontvankelijk is in zoverre.
Daarnaast klaagt de rechthebbende dat de onderbewindstelling ten onrechte is uitgesproken omdat de grond daarvoor zou ontbreken. Het hof wijst dit af omdat de rechthebbende het verzoek zelf heeft ingediend en ondertekend en het belang bij het hoger beroep ontbreekt. Ook een latere wijziging van omstandigheden leidt niet tot opheffing van het bewind, omdat de rechthebbende onvoldoende heeft onderbouwd dat de noodzaak voor onderbewindstelling is komen te vervallen.
De sociale verklaring van Verslavingszorg Noord Nederland toont langdurige verslavingsproblematiek en onvermogen om financiën te beheren. De rechthebbende heeft schulden en betalingsachterstanden. Zijn stelling dat hij nu geen middelen meer gebruikt en zijn belangen met hulp kan behartigen, acht het hof onvoldoende. Ook klachten over de bewindvoerder leiden niet tot opheffing.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kantonrechter en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling en verklaart de intrekking van het verzoek niet-ontvankelijk.