Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
- U, vader, slaat, duwt geen van de kinderen of trekt aan hun haren of doet hen op welke
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft een wijziging van de omgangsregeling tussen een vader en zijn drie kinderen die onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI). Na ontbinding van het huwelijk oefenden de ouders gezamenlijk het gezag uit, waarbij de kinderen hun hoofdverblijf bij de moeder hadden. De kinderen zijn sinds november 2013 onder toezicht gesteld, met verlengingen tot november 2016.
De omgangsregeling is diverse malen gewijzigd door de rechtbank en het hof, waarbij de vader aanvankelijk onbegeleid omgang had, later onder begeleiding van de GI. Bij beschikking van 15 oktober 2015 werd de omgangsregeling gewijzigd tot één dagdeel per week onder begeleiding. De vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om een regeling waarbij de kinderen drie dagen per week bij hem zouden verblijven.
De GI en de moeder verzetten zich tegen het verzoek en stelden dat de belangen van de kinderen zich tegen uitbreiding verzetten. De GI voerde aan dat de vader niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat bij een latere beschikking van 29 januari 2016 de omgangsregeling opnieuw was gewijzigd en in kracht van gewijsde was gegaan.
Het hof oordeelt dat de vader geen belang meer heeft bij zijn hoger beroep tegen de beschikking van 15 oktober 2015, omdat de latere beschikking van 29 januari 2016 geldt en niet is bestreden. Het hof verklaart de vader daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en kan de omgangsregeling over het verleden niet wijzigen.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking van 15 oktober 2015.