ECLI:NL:GHARL:2016:6778
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Doorbreking appelverbod wegens ontbreken zitting bij kantonrechter in bestuursstrafzaak
In deze bestuursstrafzaak ging het hoger beroep over een verkeersboete van €90,- die door de kantonrechter zonder zitting was afgehandeld. De betrokkene was in de tussentijd overleden en de erfgenaam trad op via een gemachtigde. De officier van justitie had de inleidende beschikking vernietigd en verzocht het beroep in te trekken, maar het beroep was formeel niet ingetrokken.
De gemachtigde stelde dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden omdat de officier van justitie de beschikking had vernietigd. Het hof oordeelde dat de vernietiging en het verzoek tot intrekking niet automatisch het beroep beëindigen. Bovendien had de kantonrechter het beroep en het verzoek om schadevergoeding op een zitting moeten behandelen, wat niet was gebeurd.
Het hof concludeerde dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat daarom het appelverbod doorbroken moest worden. Het hof verklaarde zich bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep, benoemde de gemachtigde als vertegenwoordiger van de erfgenaam en bepaalde dat de zaak alsnog op zitting behandeld zal worden. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof doorbreekt het appelverbod en bepaalt dat de zaak op zitting wordt behandeld.