Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de verhuurder aansprakelijk was voor diverse schadeposten die de huurder had geleden. Het hof bevestigde het tussenarrest waarin was vastgesteld dat derden bij de huurder bestellingen hadden geplaatst die volledig werden geannuleerd, waarna de huurder aan deze derden een schadevergoeding van € 1.500,- betaalde. De verhuurder zag af van het leveren van tegenbewijs, waardoor het hof dit als vaststaand aannam.
Het hof oordeelde dat de verhuurder aan de huurder € 17.482,90 aan gederfde winst en € 1.500,- wegens de schadeclaim van opdrachtgevers moest vergoeden. Daarnaast werd een bedrag van € 504,- aan onverschuldigd betaalde huur, € 20,- wegens gemist huurgenot en € 200,- aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De vordering tot vergoeding van huur voor vervangende opslagruimte werd afgewezen.
De verhuurder werd veroordeeld tot betaling van het totaalbedrag van € 19.706,90 exclusief wettelijke rente vanaf 18 januari 2011, alsmede in de proceskosten van eerste aanleg en het principale hoger beroep. De kosten van het incidentele hoger beroep werden gecompenseerd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en formuleerde het dictum opnieuw.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van € 19.706,90 plus wettelijke rente en proceskosten aan huurder.