ECLI:NL:GHARL:2016:6662
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- K. Lahuis
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor schuld aan dood door koolmonoxidevergiftiging na installatie cv-ketel
Op 21 en 22 januari 2013 overleden twee slachtoffers door koolmonoxidevergiftiging in hun woning. Verdachte, een installateur, werd ervan verdacht de centrale verwarmingsketel en rookgasafvoer onjuist te hebben geïnstalleerd, waardoor het overlijden zou zijn veroorzaakt. Het hof onderzocht of de gedragingen van verdachte het overlijden direct hebben veroorzaakt of het risico daarop significant hebben verhoogd.
Het hof stelde vast dat de rookgasafvoerleiding los was geraakt en dat de ketel was afgesteld op aardgas terwijl er propaangas werd gebruikt, wat leidde tot extreem hoge koolmonoxideconcentraties. Desondanks kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de installatie zodanig had opgeleverd dat dit de oorzaak was van het losraken van de rookgasafvoer of dat zijn gedragingen het risico op overlijden in relevante mate hadden verhoogd.
De deskundige kon niet voldoende onderbouwen hoe de montagefouten tot het losraken van de beugel hadden geleid. Hoewel verdachte niet handelde volgens de installatievoorschriften en een ongeschikte gasanalysemeter gebruikte, ontbrak het aan betrouwbare bewijs dat deze tekortkomingen het overlijden hebben veroorzaakt of het risico daarop significant verhoogden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De zaak illustreert het belang van een gedegen bewijsvoering bij causale toerekening in complexe technische doodsoorzaken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zijn gedragingen het overlijden of het risico daarop in relevante mate hebben veroorzaakt.