ECLI:NL:GHARL:2016:6551

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 augustus 2016
Publicatiedatum
15 augustus 2016
Zaaknummer
WAHV 200.160.086
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens ontbreken beroepsgronden zonder hersteltermijn

In deze zaak heeft de betrokkene beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie. Het beroepschrift bevatte geen concrete beroepsgronden, maar vermeldde dat deze later zouden worden aangevuld. De kantonrechter behandelde het beroep inhoudelijk en verklaarde het ongegrond zonder een termijn te geven voor het indienen van de gronden.

De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de kantonrechter het beroep niet ongegrond had mogen verklaren, maar niet-ontvankelijk had moeten verklaren wegens het ontbreken van beroepsgronden en dat een hersteltermijn had moeten worden gegeven. Het hof oordeelde dat de kantonrechter bevoegd was het beroep inhoudelijk te behandelen en dat de gemachtigde voldoende gelegenheid had om gronden in te dienen, zowel voorafgaand aan als tijdens de zitting.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Hiermee is het beroep ongegrond verklaard zonder dat een hersteltermijn noodzakelijk was, conform de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep zonder hersteltermijn en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

WAHV 200.160.086
15 augustus 2016
CJIB 160952175
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland
van 8 oktober 2014
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
kantoorhoudende te [vestigingsplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde stelt dat de kantonrechter het beroep niet ongegrond had mogen verklaren, maar niet-ontvankelijk had moeten verklaren, omdat geen beroepsgronden waren ingediend. Volgens de gemachtigde had de kantonrechter hem een hersteltermijn moeten geven voor het indienen van gronden en de zaak niet reeds inhoudelijk mogen behandelen en afdoen.
2. Het hof stelt vast dat in het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie is gesteld, voor zover hier van belang, dat de kantonrechter verzocht wordt het beroep gegrond te verklaren, de beschikking te vernietigen en dat nadere gronden van het beroep op een later moment zullen worden aangevuld. Niet gevraagd is een termijn te geven voor het indienen dan wel aanvullen van de gronden.
3. Ingevolge artikel 6:5, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het beroepschrift ondertekend en bevat het ten minste de gronden van het beroep.
Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan artikel 6:5, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
4. De kantonrechter heeft het beroep niet niet-ontvankelijk verklaard, terwijl evenmin een herstelgelegenheid is gegeven. Schending van artikel 6:6 van Pro de Awb kan in dit geval dan ook niet aan de orde zijn. Het staat de kantonrechter vrij om een gebrekkig beroepschrift ook aanstonds ontvankelijk te achten. De gemachtigde van de betrokkene heeft voldoende gelegenheid gehad om desgewenst nadere gronden in te dienen, geheel uit eigen beweging, dan wel naar aanleiding van de ontvangstbevestiging van het beroep of de uitnodiging voor de zitting. Ook had hij op de zitting van de kantonrechter de gronden van het beroep kunnen aanvullen.
5. Gelet op het vorenstaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.