ECLI:NL:GHARL:2016:6059

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 juli 2016
Publicatiedatum
26 juli 2016
Zaaknummer
TBS P16/0133
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beperking verblijf buitenland bij terbeschikkingstelling met voorwaarden

De terbeschikkinggestelde was in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland die zijn terbeschikkingstelling met voorwaarden met een jaar verlengde en de voorwaardelijke beëindiging van zijn verpleging van overheidswege bepaalde. Het geschil betrof uitsluitend de voorwaarde die hem verbood om zich buiten de landsgrenzen te begeven, terwijl hij graag op vakantie wilde, onder meer naar Egypte.

Tijdens de zitting op 7 juli 2016 werd het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman besproken, die verzochten om uitbreiding van de voorwaarden zodat enkele weken per jaar verblijf in het buitenland mogelijk zou zijn. Het openbaar ministerie handhaafde het beleid dat verblijf buiten Nederland niet is toegestaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.

Het hof oordeelde dat het gebruikelijk is dat bij een terbeschikkingstelling met voorwaarden het verblijf in het buitenland wordt verboden vanwege de beperkte mogelijkheden tot toezicht. De enkele wens om op vakantie te gaan vormt geen bijzondere omstandigheid. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de rechtbank en handhaafde de beperking.

De beslissing werd op 14 juli 2016 in het openbaar uitgesproken door de kamer van het hof, waarbij de raden niet medeondertekenden.

Uitkomst: De voorwaarde dat de terbeschikkinggestelde zich niet buiten Nederland mag begeven wordt bevestigd.

Uitspraak

TBS P16/0133
Beslissing d.d. 21 juli 2016
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [1964] ,
verblijvende op [woonplaats] .
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2016, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 12 februari 2016;
- de aanvullende informatie van de Reclassering Nederland van 15 juni 2016.
Het hof heeft ter zitting van 7 juli 2016 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar, en de advocaat-generaal mr. G.J. de Haas.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
De inzet van het hoger beroep is niet de beslissing tot verlenging van de terbeschikkingstelling met 1 jaar en de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, maar slechts de in dat kader opgelegde bijzondere voorwaarden voor zover die inhouden dat de terbeschikkinggestelde niet naar het buitenland mag.
De terbeschikkinggestelde wil graag op vakantie, onder meer naar Egypte. Hij heeft slechts eens in de twee weken contact met de reclassering en de laatste urinecontrole dateert van vijf weken geleden. Het hof is niet gebonden aan de Aanwijzing TBS met voorwaarden van het openbaar ministerie.
De raadsman heeft verzocht om de voorwaarden in zoverre uit te breiden dat de terbeschikkinggestelde in het kader van vakantie enkele weken per jaar in het buitenland mag verblijven.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Het is volgens de Aanwijzing TBS met voorwaarden vast beleid dat een terbeschikkinggestelde zich gedurende een terbeschikkingstelling met voorwaarden niet buiten de landsgrenzen mag begeven, behoudens bijzondere omstandigheden.
In casu is van dergelijke bijzondere omstandigheden geen sprake.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.
Het oordeel van het hof
In beginsel is het gebruikelijk dat bij een terbeschikkingstelling met voorwaarden de voorwaarde wordt opgelegd dat het de terbeschikkinggestelde niet is toegestaan om zich buiten de landsgrenzen te begeven. Omdat de mogelijkheden tot toezicht op de naleving van de voorwaarden in het buitenland beperkt (zo niet onmogelijk) zijn, wordt slechts in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld op grond van humanitaire of dringende omstandigheden, toestemming voor buitenlands verblijf verleend. De enkele wens van de terbeschikkinggestelde om op vakantie te gaan in het buitenland kan niet als een dergelijke bijzondere omstandigheid kan worden gezien.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.

Beslissing

Het hof:
Bevestigt de beslissing van de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2016 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[naam terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels als voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. J.W. Rijkers als raadsheren,
en dr. W.J. Canton en dr. A. Vissers als raden,
in tegenwoordigheid van mr. C.M.M. van der Waerden als griffier,
en op 14 juli 2016 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.