Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de stiefvader onderhoudsplichtig is voor [verzoeker], een meerderjarig studerend kind dat buitenshuis woont. [Verzoeker] betoogde dat hij nog tot het gezin van de stiefvader behoort en dat de stiefvader daarom verplicht is bij te dragen in zijn levensonderhoud en studie. De vrouw en stiefvader betwistten dit en stelden dat [verzoeker] sinds juli 2013 definitief uit het gezin is vertrokken.
Het hof oordeelde dat het begrip 'tot het gezin behoren' ruim moet worden uitgelegd, maar gelet op de feiten, waaronder het vertrek van [verzoeker] na een conflict, het ontbreken van contact met de vrouw en stiefvader, en de financiële afspraken tussen de ouders, niet kan worden aangenomen dat [verzoeker] nog deel uitmaakt van het gezin van de stiefvader. De stiefvader heeft daarom geen onderhoudsplicht jegens [verzoeker].
Verder werd de draagkracht van de vrouw en man vastgesteld aan de hand van hun netto besteedbare inkomens, rekening houdend met woonlasten en overige lasten. De vrouw is onderhoudsplichtig voor [verzoeker] en [kind 2], de man voor [verzoeker], [kind 2] en [kind 5]. Gezien de beperkte draagkracht werd de bijdrage van de vrouw in de kosten van [verzoeker] vastgesteld op €194 per maand tot 1 september 2015 en €167 per maand daarna. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 10 augustus 2015.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en oordeelt dat de stiefvader geen onderhoudsplicht heeft voor [verzoeker], de bijdrage van de vrouw blijft ongewijzigd.