Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
beschikking van 7 juli 2016
in de zaak van
Stichting Johan Dröge Fonds,
het Fonds,
[verweerster] en
[verweerders],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Stichting Johan Dröge Fonds ontvankelijk was in het hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die toestemming gaf aan een onder curatele gestelde erflaatster om haar uiterste wil te herroepen. De erflaatster was wegens een geestelijke stoornis onder curatele gesteld en had bij testament het Fonds als enige erfgenaam benoemd.
De kantonrechter had op 26 maart 2014 toestemming verleend aan de erflaatster om haar uiterste wil te herroepen. Het Fonds stelde zich op het standpunt dat deze toestemming onterecht was en ging in hoger beroep. Het hof oordeelde echter dat alleen de erflaatster zelf tegen een afwijzing van een dergelijk verzoek in beroep kan gaan, niet een derde zoals het Fonds, vooral omdat het hier ging om een nog niet opengevallen nalatenschap.
Het hof benadrukte dat het verzoek om toestemming tot herroeping van de uiterste wil een hoogstpersoonlijke rechtshandeling betreft die niet door een curator kan worden ingesteld. Het Fonds werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Wel staat het Fonds vrij om na het openvallen van de nalatenschap de geldigheid van de herroeping aan de rechter voor te leggen.
De grieven van het Fonds behoefden geen inhoudelijke behandeling meer. Het hof wees het beroep af zonder kostenveroordeling en bevestigde daarmee de eerdere beschikking van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof verklaart Stichting Johan Dröge Fonds niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen toestemming voor herroeping van de uiterste wil.