ECLI:NL:GHARL:2016:5403
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Jonkman
- W. Breemhaar
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Hof beslist over verdeling huwelijksgoederengemeenschap na ontbinding huwelijk
Partijen zijn in 2012 zonder huwelijkse voorwaarden getrouwd en zijn in 2015 gescheiden. De huwelijksgemeenschap werd ontbonden op 7 augustus 2014, de datum van het verzoek tot echtscheiding. De rechtbank had eerder beslist dat de vrouw €8.599,- aan de man moest betalen wegens overbedeling en dat de studieschuld van €52.000,- gelijkelijk verdeeld werd.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en stelde dat de studieschuld geheel voor haar rekening moest komen en dat de man haar de helft daarvan moest betalen. Ook stelde zij dat het gemeenschappelijke spaargeld nihil was. Het hof oordeelde dat de peildatum voor de verdeling 7 augustus 2014 is en dat zowel de spaargelden als de studieschuld in de gemeenschap vallen.
Het hof verwierp het standpunt van de vrouw dat zij zelfstandig de studieschuld mocht aflossen en oordeelde dat de man en vrouw ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de studieschuld. De vrouw moet de man €9.000,- betalen als zijn aandeel in de spaargelden. Daarnaast oordeelde het hof dat de kosten van de huishouding na ontbinding van de gemeenschap maar vóór ontbinding van het huwelijk op grond van artikel 1:84 BW Pro naar rato van inkomen moeten worden verdeeld, wat resulteerde in een betaling van €849,53 door de man aan de vrouw.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor het bedrag van de overbedeling en vastgesteld op €8.150,47. De man moet eventueel teveel betaalde bedragen terugbetalen. De rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de vrouw €8.150,47 aan de man moet betalen wegens overbedeling en bekrachtigt de rest van de beschikking.