Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst Midden en Kleinbedrijf Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een ambtshalve opgelegde aanslag inkomstenbelasting 2004, die was vastgesteld op een belastbaar inkomen van €50.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €420, met daarbij een verzuimboete en heffingsrente.
De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar. Belanghebbende stelde dat zij in 2012 met de Inspecteur had gecorrespondeerd over de aanslag, maar dit kon de termijnoverschrijding niet herstellen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de bezwaartermijn van openbare orde is en dat correspondentie na afloop van die termijn geen genezing of verschoonbaarheid kan opleveren. Ook was geen sprake van omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat zij tijdig bezwaar had ingediend. Het hof wees ook erop dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in het belastingrecht geen ruimte biedt voor een ambtshalve beslissing op bezwaar na het verstrijken van de termijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.