Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
21 juni 2016
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Apeldoorn(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonheffingen over 2007 opgelegd, inclusief heffingsrente en een vergrijpboete. Na bezwaar en beroep vernietigde de Inspecteur de aanslag ambtshalve, maar het geschil over de proceskostenvergoeding bleef bestaan.
Belanghebbende vorderde vergoeding van de integrale proceskosten van ruim €19.500, terwijl de Inspecteur een redelijke vergoeding van €4.259 aanbood. De Rechtbank stelde de vergoeding vast op €4.994 inclusief kosten voor het beroep.
Het Hof overwoog dat alleen redelijke kosten voor door derden verleende rechtsbijstand vergoed kunnen worden en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de hogere kosten gerechtvaardigd waren. De rechtbankvergoeding werd redelijk geacht en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Het Hof wees verder op het ontbreken van bewijs voor kosten voorafgaand aan de naheffingsaanslag en dat kosten van bestuurder niet vergoed kunnen worden. De uitspraak bevestigt de redelijkheidstoets bij proceskostenvergoedingen in bezwaarprocedures tegen belastingaanslagen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de redelijke proceskostenvergoeding van €4.259 bevestigd.